Meenemen

Vanmiddag valt mijn oog op iemand die iets lekkers meeneemt. Ze draagt het pakje alsof haar hand een presenteerblaadje is.

Ik moet denken aan hoe in Frankrijk taartjes verpakt worden. Het wordt ingepakt met papier en daaromheen wordt een koordje gelegd met een lusje, zo bungelen de taartjes als een kabelbaanbakje aan je hand naar de plaats van bestemming.


Ook De Wilde Slager verpakt je gekochte waren in papier met een rood/wit koordje. Nee, geen gebungel. We zijn in Groningen.

Kleur en contour

De latere schilderijen van Claude Monet en William Turner zijn vooral kleur, de scherpe contouren ontbreken. Ik moet eraan denken, want het is een verrassing hoe anders de wereld er uitziet na een staaroperatie. 


Het groen in de tuin was groen met veel geel erin, nu is het groen gemengd met grijs, bruin en blauw. Bovendien hebben de blaadjes scherpe contouren gekregen. Het rood, het geel en oranje is intens en het wit is hard. Het vogelhuisje blijkt niet grijs met zwart te zijn, maar het is blauw met een donkerpaars dakje.


Het is een verrassing dat ik zoveel hageltjes op mijn boterham kan zien dat ik bijna ertoe neig om ze te gaan tellen…

Stilstaande beweging

Een rij stoelen voor me in die concertzaal. Om de drie lege stoelen ligt er een wit vel papier, daar mag iemand gaan zitten. Er is licht van boven en schuin van opzij.


Het licht van boven zorgt ervoor dat de schaduw precies onder de stoel valt, zoals je van bovenaf op de stoel kijkt. Het schuine licht van links maakt dat de schaduwen van de zitting en armleuningen van de stoelen voorbijschuiven naar rechts.

Mijn oog beweegt mee naar het eind van de rij. Daar is weer het licht van recht erboven: de schaduw zit weer keurig recht onder de stoel. Apart om die schaduwen te volgen, het beweegt en toch staat het stil.

Oefening baart kunst

Wanneer je iets in de vingers of onder de knie wilt krijgen, dan moet je oefenen. Dat weet iedereen. Je ziet het al bij kleine kinderen die iets proberen en ermee doorgaan tot ze het kunnen. Bijvoorbeeld als een kind een blokkentoren bouwt. Je moet ervoor zorgen dat de toren niet omvalt en als hij eenmaal staat, is het leuk hem om te gooien en weer opnieuw te beginnen.


Ik probeer voor een 64-jarige het liedje van de Beatles ‘When I’m sixty four’ in de vingers te krijgen. Er zit zo’n mooi loopje in en dat wil ik vlot kunnen spelen. (Het gaat om ‘bottle of wine’)

De vorm van mijn hand blijft stabiel, er is een zijwaartse beweging in mijn pols met de contrabeweging in mijn elleboog en het geeft bovendien een reactie in de schouder (die gaat niet omhoog!). Bij de vingerzetting van die akkoorden wissel ik van pink naar ringvinger en terug. Ik zoek net als het kind met de blokkentoren de handigste manier om het gewenste resultaat te krijgen. Wij bereiken allebei ons doel!

Een appeltje schillen

We eten een appeltje toe en schillen het. Hij houdt het appeltje heel en draait de schil er in een lange sliert af, dan snijdt hij de appel in vieren en haalt het klokhuis eruit. De appel is gereed voor consumptie.

Ik snij de appel in vieren, het klokhuis eruit, de schil eraf en dan ieder partje in tweeën of drieën net hoe het uitkomt.

Hoe komt een mens aan z’n gewoonten? Is het aangeleerd of proefondervindelijk zo gegroeid? Waarom doe je het zoals je het doet? 
‘Wanneer je met iemand nog een appeltje te schillen hebt’ betekent dat je een netelige kwestie moet oplossen. Wij hebben niks neteligs en hoeven niks op te lossen, wij eten gewoon ons appeltje lekker op…